Ars bulletin

Het Ars bulletin is een uitgave van Ars Aemula Naturae. Artikelen hebben vooral betrekking op tentoonstellingen, aktiviteiten en informatie van de vereniging.

Kopij voor de het Ars bulletin kunt u sturen aan de redactie:
bulletin@arsaemula.nl
Gezien de beperkte ruimte in het Ars bulletin behoudt de redactie zich het recht voor bijdragen in te korten of te redigeren.
 

Hier vindt u het meest recente ARS bulletin:

ARS bulletin #99

Jacowies Surie | Een Duizendpoot Vol Energie

 

Wanneer je op internet de naam Jacowies Surie zoekt valt het volgende direct op: twee websites en twee bedrijven, JS kunstprojecten en JS communicatie.Dat vraagt om een toelichting. Haar belangstelling voor kunst heeft direct te maken met haar studie. [Lees meer …]

 —

Joop Gans | Een Aktief Lid van ARS

Joop Gans is met tussenpozen al bijna vijftig jaar betrokken bij ARS, hij is lid, etst en tekent, en heeft zevenentwintig jaar in het bestuur gezeten. Eind 2015 legde hij zijn bestuursfunctie neer. Tijd voor een gesprek.

Joop vertelt: “Ik ben geboren in 1941 in Leiden. Ik ben de oudste, mijn ouders kregen nog mijn zusje in 1942 en mijn broer in 1948. We hadden het niet breed thuis en mijn vader overleed toen ik 12 was. Ik wilde graag een vak leren en daarom ben ik -na mijn schooltijd- een grafische opleiding gaan volgen. Daarmee was volop werk te vinden. Dat was mijn grote motivatie.  [Lees meer … ]

Gesprek | Michael Roumen

 

Michaël Roumen stopt als cultuurmakelaar in dienst van het Cultuurfonds Leiden.

Boven de VVV , gevestigd aan de Stationsstraat, is het Cultuurfonds gehuisvest in een klein kantoor. Aan de wanden van de kamer van Michaël hangen kleurige werkstukken ( van Remco Koopman en Marjolein van Haasteren) en op een laag kastje staat een plastiek van Mary Geradts.

Vier jaar heeft Michaël leiding gegeven aan het Cultuurfonds. Het Fonds ,waaraan ook Fonds 1818 zich heeft verbonden, heeft haar waarde de afgelopen jaren in de stad Leiden bewezen. Met enige trots stelt Michaël dat een groot aantal gemeenten het Cultuurfonds Leiden als voorbeeld zien van een geslaagde kruisbestuiving tussen “economie en cultuur”. De kern van het werk van de cultuurmakelaar bestaat uit het samenbrengen van verschillende culturele initiatieven en bedrijven ondernemers die openstaan voor cultuur. De eerste drie jaar ( het fonds is opgericht in 2009) van het fonds stonden in het teken van structuurversterking binnen de cultuursector: het bevorderen van cultureel ondernemerschap en onderlinge samenwerking (bijvoorbeeld de Cultuurweken, gemeenschappelijke uitagenda, economisch onderzoek). Het belangrijkste doel is kort maar krachtig: Leiden als cultuurstad op de kaart zetten.

Michaël : “In deze fase was het hoofddoel de culturele sector te versterken en ondernemender te maken. Ook was er veel versnippering. Om een voorbeeld te noemen: er waren toen we begonnen vele kleine festivals. Waarom de krachten niet bundelen? Het opgaan van kleine festivals in een groot festival heeft als voordeel dat andere partijen , zoals bedrijven en ondernemers, er bij betrokken kunnen worden. Zo zijn bedrijven meer geïnteresseerd om een financiële bijdrage te leveren, omdat het publieksbereik groter is . Met meer samenwerking krijg je meer opdrachtgevers, meer geld en ook meer draagvlak. Ook dat vertaalt zich ook politiek. Cultuur en economie raken met elkaar meer verbonden”.

Vanzelfsprekend , in tijd van bezuinigingen, kunnen instellingen niet zo gemakkelijk meer een beroep doen op de Gemeente voor het verkrijgen van een subsidie. De laatste jaren is de positie van het Cultuurfonds versterkt. Op de website ( www.cultuurfondleiden.nl) staan alle projecten per jaar gerangschikt en dit is al met al een indrukwekkende lijst. De samenwerking tussen bedrijven, universiteit, bioscience park en de culturele sector is intensiever geworden.

“Het allerbelangrijkste, zo stelt Michael, is om partijen bij elkaar te brengen. Het Cultuurfonds beschikt over geld maar is geen subsidieloket. Dat de kunstsector meer ondernemend is geworden juich ik toe. Door de handen ineen te slaan kan Leiden zich als cultuurstad op de kaart zetten. We kunnen door een sterke financiering events op de kaart zetten door bijvoorbeeld reclame boodschappen in landelijke dagbladen of het STER cultuurspotje. Het is zeker waar dat niet alle cultuuruitingen op dezelfde manier kunnen profiteren van de mogelijkheid tot publiek / private financiering. Je kan een festival niet vergelijken met een kleinschalige dansvoorstelling. Het publieksbereik en het bezoekersaantal spelen een belangrijke rol. Het is de taak van het Cultuurfonds om alle aanvragen ter financiële ondersteuning beoordelen. Ook heeft het Fonds een bescheiden eigen potje waaruit een bijdrage kan worden geleverd. Twee weken geleden nog – en dat is tevens de laatste financiële bijdrage die het fonds heeft geleverd- klopte een Leidse modeontwerper aan. Hij was met een ontwerpschets toegelaten tot de Amsterdam Fashion week ( januari 2016). Deze ontwerper had niet genoeg geld om het ontwerp te realiseren. In kort tijd kon het Fonds een bijdrage leveren.

Voor een aantal culturele instellingen en individuele kunstenaars in Leiden is het niet eenvoudig om een, twee, drie een omslag te maken naar “cultureel ondernemerschap”. Michaël toont hier wel begrip voor: “toch zal iedereen wel moeten. Subsidieverstrekking is ,zoals iedereen weet, niet meer vanzelfsprekend. Hakken in het zand helpt niet. Echt cultureel ondernemerschap betekent niet de cultuur in de uitverkoop zetten, kunst aanpassen of verwateren. Dit is absoluut een misverstand. Cultureel ondernemerschap betekent autonomie van de creativiteit en dit is een uniek selling point. Er is veel behoefte aan creativiteit. Cultuurmakers hebben iets unieks in handen. En dat brengen wij over aan andere partijen. Ook voor beeldende kunstenaars zijn er mogelijkheden. Een goed voorbeeld is de Nacht van kunst en kennis (http://www.nachtvankunstenkennis.nl/info) waar kunstenaars een bijdrage kunnen leveren”.

Dit is overigens geen eigen idee maar is komen overwaaien uit Groningen. Het Cultuurfonds is ook betrokken geweest bij andere activiteiten zoals de organisatie van de “industry day”. StedelijkmuseumDe Lakenhal heeft het voortouw genomen en jaarlijks ontmoeten Leidse kunstenaars en mensen die werkzaam zijn in de culturele en creatieve sector elkaar en gaan in gesprek rond een bepaald thema. In 2014 was het onderwerp “opdrachtgeverschap”. Ook individuele kunstenaars kunnen aankloppen bij het Cultuurfonds.

Michaël : “Het gaat niet alleen om financiering maar we helpen kunstenaars ook om ideeën vorm te geven. Wij beschikken immers over een groot netwerk. Maurice Braspenning maakte een monumentale muurschildering in de Meelfabriek . Wij hebben hem gekoppeld aan het filmfestival en op deze manier ook voor de financiering gezorgd. Verder wil ik nog de jaarlijkse prijs noemen die door een bedrijf beschikbaar wordt gesteld. Het Cultuurfonds draagt een kunstenaar voor . Ik zie een goede mogelijkheid om met Ars samen te werken. Wel zullen de ideeën van Ars en de kunstenaars moeten komen. Zoals ik al zei: wij hebben het netwerk. Ik kan alleen maar zeggen dat je moet blijven nadenken wat je te bieden hebt en moet durven investeren in nieuwe plannen”.

Wie Michaël Roumen gaat opvolgen is nog niet bekend. Er zijn veel sollicitanten en nog voor het einde van het jaar moet duidelijk zijn wie zijn baan zal krijgen. Op mijn vraag of hij nog tips voor zijn opvolger heeft:

  • Investeer in datgene waar de energie zit
  • Wees niet bang om nee te zeggen.
  • Kom altijd iets bieden, nooit iets halen.

Als laatste nog even dit: “Je mag de functie niet langer dan 4 jaar hebben. Ongewenste machtsvorming, vriendjes politiek en dergelijke kunnen anders op de loer liggen. Het is tijd om te gaan”.