Gebouw

De vereniging Ars Aemula Naturae is gehuisvest in een monumentaal pand aan de Pieterskerkgracht.

Oorspronkelijk was het gebouw een woonhuis. De eerste bewoner is waarschijnlijk Adriaen Dircxz. van Crimpen geweest. Hij kwam uit een aanzienlijk geslacht en werd in 1537 tot baljuw en dijkgraaf benoemd. Hij was afkomstig uit Gouda en hij liet gebrandschilderde ramen aanbrengen in 1543, vervaardigd door de Goudse glasschilder Dirck Crabet. Twee van de vijf kozijnen zijn zonder gebrandschilderd glas in het bezit van de Lakenhal. Het huis is een aantal keren verbouwd.

De huidige gevel van het voorhuis aan de Pieterskerkgracht dateert uit 1620. In de voorgevel zijn twee zwartgekleurde natuur-stenen aangebracht met de volgende opschriften:

RVST BAART LVST MET
LVST GODT RVST

In 1622 werd waarschijnlijk de toegangspoort vernieuwd . Van deze toegangspoort is de gevelsteen en tevens de naam van het huis bewaard gebleven. Op de steen staat geschreven:

PAX HUIC DOMINI

(Vrede zij dit huis).

Het cassettenplafond

 Omstreeks 1653 is het fraaie Cassetten plafond en de kastenwand op de eerste verdieping vervaardigd door M Saeghmolen in opdracht van de lakenkoopman Abraham le Pla, die met zijn echtgenote waarschijnlijk vanaf 1652 woonde aan de Pieterskerkgracht.

Tijdens de restauratie in de periode 1979-1982 is onder een stuclaag dit plafond tevoorschijn gekomen. Het plafond bestaat uit twaalf grote vakken met aan beide zijden een viertal kleinere. De panelen zijn beschilderd met putti, duivelachtige figuurtjes, dieren en vruchten, waar zich plantenranken omheen sling-eren. In een van de panelen staat de volgende tekst in het Italiaans:

Questi quadrati
Et non le trabi ha depinto M. Sagemolo
(Deze vakken en niet de balken heeft geschilderd M. Saeghmolen.)

Over deze schilder is weinig bekend. In 1648 werd hij ingeschreven in het St Lucasgilde en in 1654 verhuisde hij naar Amsterdam.

De bestuurskamer

De huidige bestuurskamer deed vroeger dienst als eetkamer. De betimmering is ca.1735 aangebracht. In deze periode bewoonde het echtpaar Tjarck-de Jonghe het huis. Vooral het eiken houtwerk voorzien van decoratieve elementen boven de monumentale schouw is bijzonder fraai. Op de eerste verdieping is een eenvoudiger eveneens uit marmer vervaardigde schouw bewaard gebleven.Woonpand wordt schoolgebouw

Uit een gedenksteen van 8 oktober 1856, aangebracht in de vestibule, blijkt dat het woonhuis is verbouwd tot een “Tussenschool op Christelijke grondslag voor Minvermogenden”. Het pand onderging een grondige verbouwing. Sinds 1859 is in een deel van het gebouw de Leidse teken- en schilderacademie Ars Aemula Naturae gevestigd. Op last van de onderwijsinspectie wordt de school in 1922 gesloten en de gemeente Leiden krijgt het pand in handen voor het symbolische bedrag van f 1,–

Na het voltooien van de restauratie is de vereniging Ars Aemula Naturae de enige gebruiker van het pand. Per jaar worden er ongeveer 35 cursussen verzorgd en er vinden 10 exposities plaats van kunstenaarsleden.